Toeren bouwen 1

Toeren bouwen, dat was zo een typisch begrip toen ik nog jong was. Nu is de graaf oud, de dagen nog niet zat, maar het hiernamaals heeft hij kortgeleden al aardig verkent. Goed, zand erover, we gaan terug naar het Zeist van de jaren zeventig. Naar de toeren die de groep jonge mensen toen bouwde. Welke  in deze tijd beslist genoeg zouden zijn geweest om elke alarmbel bij jeugdzorg af te laten gaan. Toch is het met de graaf uiteindelijk goed gekomen, met de rest over het algemeen niet.

Toeren bouwen, wat was dat nou precies? Nou, het begon al op de IVO, waar we ingeschreven stonden. Merk het woord ingeschreven op, het was namelijk een zeer apart schoolsysteem. Je zat met verschillende vakken in verschillende klassen, dus geen hond miste je als je weer eens aan het spijbelen was.  De leraar of lerares dacht immers dat je ergens anders op een ander niveau in de klas zat. De laatste twee klassen van de lagere school had ik zo ie zo al gemist na verschillende keren te zijn blijven zitten, ik was immers naar Amsterdam gestuurd om bij mijn oma te wonen omdat papa zo ziek was en ik was daar niet naar school geweest. Dus veel snappen deed ik niet van wat ze probeerde te vertellen, en daarnaast interesseerde me het geen biet. Maar genoeg hierover.

We waren te oud, we waren te veel blijven zitten op lagere school, en wat die leraren vertelde was gewoon niet interssant. Ook werden we altijd de klas uitgezet, en ik snap achteraf  wel waarom. Daar heb ik geleerd te incasseren, er met een pisboog uit getrapt te worden voor iets wat ik niet gedaan had.

Een hoogtepunt is toch wel dat Olav de krant in een hoek  aanstak die Hans zat te lezen tijdens de les, die dat niet doorhad, en toen hij het wel doorhad de brandende krant in paniek over zijn hoofd gooide op het tafeltje van de het keurige meisje achter hem. Het resultaat laat zich raden, ik hoor het meisje nog huilen. Vervolgens werden we alle drie een week van school gestuurd, ik dus ook hoewel ik er niets mee te maken had dit keer. Het kraakpand Lambiek was op een steenworp afstand  afstand met gratis koffie en de rest, dus hoe hard deze straf ons raakte lijkt me wel duidelijk. Zo ben ik uiteindelijk in de krakerswereld terecht gekomen. Niet alleen door dit incident maar ook door vele, vele  andere . Maar we zouden het over toeren bouwen hebben. Goed.

Er was in 1975 de beroemde wedstrijd van toen nog Cassius Clay in het vooruitzicht, en Olav moest die pers se zien. Het gevecht zou midden in de nacht uitgezonden worden, maar we hadden geen TV. Ik zag het niet zitten, maar Olav, Andre en Peter, een beslist nettere jongen dan de rest, hadden een plannetje gemaakt, er moest namelijk een TV komen. En die zou geleend worden, proletarisch winkelen was toen erg in. Het plan was volkomen stoned in elkaar gezet, en even waanzinnig als simpel, maar toch geniaal achteraf. De TV zou van het plaatselijke V&D filiaal geleend worden namelijk.

Dus, nog steed volmaakt stoned stapte het spul in de gammele latere lesauto van Andre, (Op deze toeren bouwen kom ik later terug), en reden naar het plaatselijke filiaal van V&D, liepen de personeelsafdeling in, en pikte een paar stofjassen van de kapstok. Om met de lift naar boven te gaan en de afdeling waar TV’s verkocht werden op te lopen. Om vervolgens te zeggen, we komen de TV ophalen. Pure bluf. Waarop de winkelbediende op een fraai, duur exemplaar wees en zei: daar staat hij, dat is hem. Hij heeft de deur nog voor ze opengehouden en de lift voor ze opgeroepen.  Daarna was snel de TV op de achterbank gezet, en naar het kraakpand gereden

Ik heb nog de antenne aangesloten, Olav is als enige opgebleven, en jaren heeft die TV werkend in een kamer in het kraakpand gestaan. Nooit meer wat van gehoord, maar ik zou wel eens willen weten achteraf hoe die verkoper op zijn neus heeft gekeken toen het echte personeel die TV wilde ophalen!

Kijk, dat was nou toeren bouwen!

Jehova’s

Hippies en Jehova’s lijkt een vreemde combinatie, maar toch ga ik erover vertellen. Misschien herinnert  u zich nog dat ik over mij vrienden verteld heb, die ik veel te jong in de vorige eeuw achter heb moeten laten. Te veel drugs, drank, sex en rock en roll. Een van hen was Andre, en de ander Olav. Beide creatieve jongens van goede huizen.

Andre woonde op een etage in het huis van zijn grootmoeder, die in het bejaardenhuis zat. Daaronder woonde en erg stijve, oude man die doodgraver was. De arme man moet geleden hebben onder het soort kraakpand wat er boven hem was. Met harde muziek, veel mensen over de vloer, veel meiden, veel drugs en drank. Tot diep in de ochtend. Het is een van de vele kraakachtige panden waar ik gewoond heb.

Wat wilde het geval? Dat de koningsrijkzaal van de plaatselijke Jehova’s vlak om de hoek was, en Jehova’s op zondagochtend toen nog langs de deuren gingen. En heel vroeg, acht uur s’morgens. En dat huis was een van de eerste huizen in de buurt, dus elke zondag s’morgens vroeg stond daar een rits Jehova’s voor de deur, vaak tot voorbij het hekje. Kennelijk was het een soort oefenhuis.

Olav was het op een zeker moment zat, dat gedoe aan de deur, zwiepte de deur open en zei tegen hen: Een trap op, eerste kamer links, daar moet u zijn. Andre zijn kamer dus. En ging weer naar bed. Een uur laten hoorde we nog Andre boven ons, met ja maar, een een lange discussie. Die wist op geen manier van ze af te komen, hij was nog knetterstoned van de vorige avond en lag daar met een meid in bed. Hij had simpelweg niet het besef gewoon te zeggen ga weg, dus ouwehoerde maar door. Ik vind het nog steeds een moordgrap.

Maar goed, het kon geen doorgang hebben, dus Olav en ik hebben ons uit ons bed gewrongen de volgende zondag en hup, op naar die koningsrijkzaal. Vraag me nog steeds af wat die mensen gedacht moeten hebben hebben toen er twee niet al te frisse hippies met lang haar, een lammy coat aan en duidelijk met een kater binnenkwamen.

De dienst was net afgelopen, en de nazit met koffie was gaande. Meteen, ach jongens, hebben jullie wel gegeten? Zullen we  koffie voor jullie halen? Kortom, de liefste en hartelijkste mensen die je je kunt voorstellen. We hebben het hele geval aan ze uitgelegd, dat we te stoned en te doorgeneukt waren voor dat gedoe van hun op zondagochtend. Begrip! Niks moraliserend! We mochten altijd langs komen als er iets was!

En kwamen ze nog op zondag langs? ja, om een uur of elf. Met een ontbijtje of iets lekkers. En of alles goed met ons was. Ik heb warme herinneringen aan die lieve mensen.

All Right

Hier is de Graaf dan, die komt als en gaat als het hem uitkomt. Wat ga ik hier schrijven, en waarover? Nou ik denk heus wel bij tijd en wijle een stukje Pediavenijn als dat zo uitkomt, maar ook over andere zaken. Zoals trijntjes, the mystery of vacuum tubes, en nog meer. Over Tolkien? Denk ik wel. Gekke verhaaltjes? Beslist!

 

Anyway, ik bedank De Kolonel, mijn digitale vriend, hoe dan ook voor de gastvrijheid.

 

De graaf himself.