Look at me, Leonard

Een van mijn culthelden van vroeger is toch wel Leonard Cohen. Hij doet mij terugdenken aan avonden en nachten met schaars verlichte kamers, meisjes die hun ogen zwaar met kohl hadden opgemaakt, goedkope rosé, de lucht van hash en nog veel meer.

Leonard paste goed in die tijd met zijn zwartgallige muziek en sloot ook goed aan bij ons denken. Er was geen toekomst meer, de euforie van de wederopbouw was wegebt, de koude oorlog was op of net over zijn hoogtepunt heen, de provobeweging had de onderwijssystemen in laten storten zonder dat daar een alternatief voor in de plaats was gekomen, en de Vietnamoorlog had diepe sporen in ons denken achter gelaten. En dat was eigenlijk de sfeer die er toen heerste, er was geen toekomst dus maak er maar in het heden het beste van. Zijn zwartgalligheid paste daar prima in.

Maar wat sommige niet weten is dat Cohen een hele sterke band met Griekenland heeft gehad en meer dan  tien jaar op het eiland Hydra heeft gewoond met zijn Noorse sweetheart Marianne. Hij heeft daar enkele van zijn mooiste nummers geschreven zoals So Long Marianne and Bird on a Wire. Dit laatst nummer schreef hij omdat er in die tijd elektriciteit werd aangelegd op Hydra en er draden daarvoor gespannen werden in de buurt van hun huis.

Ik vind eigenlijk de later en minder bekende nummer van Cohen zijn allerbeste songs uiteindelijk. Zoals Because Of, waarin hij beschrijft dat vooral jongere vrouwen naar mate hij ouder wordt aardiger tegen hem worden, een ervaring die ik met hem deel.

 

Maar een echt masterpiece vind ik toch wel Traveling Light, waarin hij definitief afscheid van Marianne en Hydra neemt. Hij was heel erg ziek toen hij dit nummer schreef met de hulp van zijn zoon, en vooral weemoed en ook spijt klinkt enorm door in dit nummer.

Want hij kijkt terug op zijn leven op Hydra en met haar in dit nummer. Griekenland is namelijk iets wat een deel van je wezen wordt, wat je nooit, nooit meer loslaat als je daar een langere tijd verbleven hebt. Er gaat geen dag, nee geen uur voorbij dat ik niet aan Griekenland denk. En nu met die mooie dagen ruikt het soms zoals het doet in Griekenland en dan zit ik met mijn ogen even dicht, en ben niet hier maar terug daar, in het Griekenland van jaren geleden. Net zoals Cohen dat duidelijk was toen hij dit nummer creëerde.

 

 

En in You Want It Darker neemt Leonard Cohen afscheid van het leven en van ons op zijn typische Leonard manier. Zwarter dan zwart. Hij beschrijft zijn teleurstelling in god, en maakt de balans op. Op de achtergrond zingt het koor van de synagoge van Montreal. Zijn joodse achtergond en de holocaust heeft hem namelijk nooit los gelaten, evenals het feit dat zijn familie uit de kledingbranch kwam. Want hij zag er altijd onberispelijk uit, vooral op latere leeftijd in zijn maatpakken.

Thanks for the music en rust zacht Lenard.

 

Mijn oom Gerard werd lid van de NSB

Bet Alfa

Zoals ik al eerder schreef groeide ik op in Kibbutz Bet Alfa in Israel vlakbij Nazareth. Vroeger werd deze plek bewoond door Palestijnen. Deze werden na de oorlog door Joodse kolonisten naar de naastgelegen berg verdreven. Weg van de vruchtbare grond en het water. Mar Gilboa. Mar is Hebreeuws voor Berg. In de Kibbutz wordt nu vis gekweekt, er is landbouw en er worden vooral veel kippen gehouden.


Oom Gerard was ondanks zijn Joodse familie fout in de oorlog en werd lid van de Nederlandse NSB. Maar daarover later meer.

Image

Zijn zoon Frits (mijn neef dus) vluchtte tijdig naar Zuid Afrika, ging daar studeren en werd uiteindelijk professor in de wiskunde en filosofie. Wilt u meer lezen over Frits dat kan er is namelijk een geweldig boek over geschreven.

https://www.independent.co.uk/arts-entertainment/books/reviews/frankie-amp-stankie-by-barbara-trapido-590480.html

Frits was voor de oorlog weggelopen van huis omdat zijn vader Gerard een onmogelijk mens was. Ik geloof niet dat Gerard zelf joods was, zijn vrouw, mijn oudtante was dat wel. Hij is gescheiden van haar om bij de NSB te gaan.

Ongelooflijk, hij was zelfs op heel veel joodse huwelijken getuige geweest. Ik denk niet dat zijn zoon heeft geweten dat hij een NSB’er was die drie jaar in Duindorp gelogeerd heeft, want volgens het boek zou hij verzetsstrijder zijn geweest. Maar drie jaar Duindorp en je pensioen ingetrokken kreeg je niet voor zweetvoeten. En stel je de absurde familierelatie eens voor. En is nog meer gebeurd, maar in verband met privacy zet ik dat niet neer, dat was weliswaar onschuldiger maar ook niet best…

The Partizan

Dit is het verhaal van mijn familie, het staat hier, in broken English.  Moet het eens vertalen, zal ik eens doen.

Maar laat ik het eens over mijn mammie hebben. Ze praatte er weinig over en schepte er nooit over op maar vlak voor haar dood heeft ze me heel veel verteld. Mijn mammie was namelijk  een partizaan en altijd altijd hield zij me voor wees nergens bang voor, ook niet voor de dood want het leven is niet om gelukkig te worden. Toch denk ik niet dat ze ongelukkig was, het was een sterke vrouw. Ze was blij met de kleinste dingen, die zag ze meestal als het meest waardevol.

De oorlog was over maar ging gewoon door bij ons thuis. Ik snap dat wel, mijn beide ouders waren toen jonge mensen die de vreemdste en ook vaak gruwelijke avonturen hadden meegemaakt wat hun gevormd heeft. Mijn vader zijn familie was van joodse afkomst (niet joods overigens) en is grotendeels vermoord in de oorlog, en de familie van mijn moeder had een zeer hoog Isabel Allende gehalte en daar krijg je rare kinderen van. Maar later daarover meer, want ik wil bij het begin beginnen.

Was het dapper wat ze gedaan hebben de groep jonge mensen waar mijn ouders toe behoorde? Ik zou met de kennis van nu meer zeggen totaal onverantwoord, zelfmoord, jeugdige overmoed. Waren ze er trots op? Nee, ze wilde het liefst alles vergeten. Een normaal gezin zijn, wat leek te lukken totdat mijn vader ziek werd en stierf op jonge leeftijd. Maar het was natuurlijk geen normaal gezin begrijp ik achteraf. Haast zonder familie en met al die verhalen over die gruwelijke oorlog vanuit het epicentrum van de Holocaust is niet normaal.

En mij krijg je ook niet bang, met niks, zelf niet met de dood zoals laatst bleek. Bent u  bang geweest vroeg de aardige Vlaamse dokter die mij voor de poorten van de dood weg had gesleept. (Belgen zeggen nog tegen de hond u, zoals hij me later uitlegde) Nee, zei ik, geen moment, en nu nog niet. Van partizanen die later een professor en een kunstenares worden krijg je rare kinderen…..