Jehova’s

Hippies en Jehova’s lijkt een vreemde combinatie, maar toch ga ik erover vertellen. Misschien herinnert  u zich nog dat ik over mij vrienden verteld heb, die ik veel te jong in de vorige eeuw achter heb moeten laten. Te veel drugs, drank, sex en rock en roll. Een van hen was Andre, en de ander Olav. Beide creatieve jongens van goede huizen.

Andre woonde op een etage in het huis van zijn grootmoeder, die in het bejaardenhuis zat. Daaronder woonde en erg stijve, oude man die doodgraver was. De arme man moet geleden hebben onder het soort kraakpand wat er boven hem was. Met harde muziek, veel mensen over de vloer, veel meiden, veel drugs en drank. Tot diep in de ochtend. Het is een van de vele kraakachtige panden waar ik gewoond heb.

Wat wilde het geval? Dat de koningsrijkzaal van de plaatselijke Jehova’s vlak om de hoek was, en Jehova’s op zondagochtend toen nog langs de deuren gingen. En heel vroeg, acht uur s’morgens. En dat huis was een van de eerste huizen in de buurt, dus elke zondag s’morgens vroeg stond daar een rits Jehova’s voor de deur, vaak tot voorbij het hekje. Kennelijk was het een soort oefenhuis.

Olav was het op een zeker moment zat, dat gedoe aan de deur, zwiepte de deur open en zei tegen hen: Een trap op, eerste kamer links, daar moet u zijn. Andre zijn kamer dus. En ging weer naar bed. Een uur laten hoorde we nog Andre boven ons, met ja maar, een een lange discussie. Die wist op geen manier van ze af te komen, hij was nog knetterstoned van de vorige avond en lag daar met een meid in bed. Hij had simpelweg niet het besef gewoon te zeggen ga weg, dus ouwehoerde maar door. Ik vind het nog steeds een moordgrap.

Maar goed, het kon geen doorgang hebben, dus Olav en ik hebben ons uit ons bed gewrongen de volgende zondag en hup, op naar die koningsrijkzaal. Vraag me nog steeds af wat die mensen gedacht moeten hebben hebben toen er twee niet al te frisse hippies met lang haar, een lammy coat aan en duidelijk met een kater binnenkwamen.

De dienst was net afgelopen, en de nazit met koffie was gaande. Meteen, ach jongens, hebben jullie wel gegeten? Zullen we  koffie voor jullie halen? Kortom, de liefste en hartelijkste mensen die je je kunt voorstellen. We hebben het hele geval aan ze uitgelegd, dat we te stoned en te doorgeneukt waren voor dat gedoe van hun op zondagochtend. Begrip! Niks moraliserend! We mochten altijd langs komen als er iets was!

En kwamen ze nog op zondag langs? ja, om een uur of elf. Met een ontbijtje of iets lekkers. En of alles goed met ons was. Ik heb warme herinneringen aan die lieve mensen.